Notitie voor: Harper I van Randerode
Randerath is gelegen in het dal van de rivier de Worm, die als zijrivier van de Roer uiteindelijk bij Roermond in de Maas uitmondt. Aan het begin van de 13e eeuw was Randerath een zelfstandige stad. De burcht van die stad stamde al uit de 10e eeuw. Het betrof een mottekasteel, dat op een kunstmatige heuvel was gebouwd nabij de moerassige oever van de rivier de Worm. De oudst bekende heer van deze burcht was Harper of Hartbern van Randerode (H. Mosmans, Een Limburgsche Magistraatsfamilie. Bijdrage over de Randeraedt's in: Publications de la Societé historique et archéologique dans le Limbourg 1930, pag, 69; B. Aarts, De Burchtenproblematiek van Boxtel in: Het Brabants Kasteel 1992, pag. 43-46)., In 1084 werd Harper van Randerode voor het eerst genoemd. Hij had zeker een broer Meginherus (Meiner) en mogelijk een zuster, die gehuwd was met een (Wilhelm) Von Frenz. In het oorkondenboek van de Nederrijn komen twee akten voor van het jaar 1094, die uitgevaardigd werden door aartsbisschop Herman III van Keulen. Daarin staan als getuigen vermeld Meginhere de Randenrothe en Harper de Randerode. Het gaat hier ongetwijfeld om de beide broers die we aangeduid hebben als de eerste heren van Boxtel. Dat wil zeggen dat al in de 11e eeuw de Van Boxtels behoord hebben tot het geslacht Van Randerode.