Notitie voor: Claes Rengers Opstal
Op 13-1-1624 verklaren Claes Opstal en Coop Schrasser zich akkoord met een schuldbedrag van 75 gulden welke (tijdelijke keurmede) Jan van Coot alias Jan Meeuwsen (bouwman op het goed Rampshorst in het buurtschap Slichtenhorst te Nijkerk) schuldig was.
Diens vader, Meeuwis van Coot werd op die datum doodgestoken te Nijkerk.
Op 5-7-1624 krijgt Jan Woutersz Collert, weduwnaar van Marie Willems consent van een bezwaring met 1300 gulden ten behoeve van Claes Rengers, die dat goed (ter Beeck) mag gebruiken voor de tijd van 4 of 6 jaar, te beginnen mei 1621.
Op 10-7-1624 verkrijgen Claes en zijn vrouw transport na overdracht door Jan Wolters Collert en Hendrick Willems Vlieck van het goed ter Beeck.
Op 13-11-1641 krijgt zijn zoon Reier Claes investituur en oprukking als erfgenaam van zijn ouders.