Notitie voor: Huijbert Gerrits van der Aa

10 oktober 1612: Anthoenis Melisz X Neeltgen Jacobsd tr aan Hubert Gerritsz VAN DER AA, de erfenis, die comparants vrouw aangekomen is door dode van haar moeije Sophija Hubertsd VAN DER AA, die huisvrouw geweest is van Anthoenis Dircksz STAMER.
25 januari 1623: Claes Gerritsz VAN DER AA tr aan zijn broer Hubert Gerritsz VAN DER AA alles wat hem toekomt v/d wde en kinderen van Anthoenis Dircksz STAMER, volgens contract tussen de wde en de voogden v/d kinderen van STAMER en comparanten opgericht d.d. 21-1-1623 (moet zijn 25-1-1623). Hubert Gerritsz VAN DER AA consenteert dat Peterken Otten en haar kinderen corten mogen a/d 2e termijn.
27 januari 1651: Aert Gerritsz, Antonis Crijnen en Antonis Gerritsz VAN HOLLANT schepenen. Huijbert Gerritsz VAN DER AA en Gerrit Huijbertsz VAN DER AA de Oude en Gerrit Hujbertsz VAN DER AA de Jonge en Aert Huijbertsz VAN DER AA zijnde zoon van Huijbert Gerritsz; item zijn zwager Jan Herberensz X Fijken Huijberts VAN DER AA; en verkl schuldig te zijn aan Aertgen Jan TUCKERS wde van Oth Roelofsz STEENIS, 58 gl 15 st jaarlijks, te nemen uit 5h land en een ½e boomgaard op Goilberdingen binnendijks, bov Aeffken DE MAN wde van Dirck DE GOIJER en ben de voorn wde STEENIS.
Idem 27 januari 1651: Jan Herberensz X Fijken Huijberts VAN DER AA (wettig geboorte) verkl schuldig te zijn aan Huijbert Gerritsz VAN DER AA, 100 cg tegen 6 gl 5 st jaarlijks.
20 mei 1651: Huijbert Gerritsz VAN DER AA, won te Culemborg, belooft zijn oudste zoon Gerrit Huijbertsz VAN DER AA, won te Cooten, 80 gl jaarlijks, te nemen uit een halfscheiding van een hofstede, gemeen voor liggende met de erfgenamen van za Oth Roelofsz STEENIS, groot comparants deel 5h met het boomgaartje daarin begrepen, bov Aeffken MANS en ben de voorn STEENIS erfgenamen; item nog een kapitaal van 1.100 gl staande ten laste van Jan Huijgen VAN ESCH (ORA Everdingen, Hogenda).
29 mei 1651: Huybert Gerritsz. van der Aa, won. binnen Cuylemborgh, testeert, legateert een Gerrit Huyberts van der Aa 'den ouden', won. tot Cooten in de gesticht van Utrecht. 20 oktober 1653: VERGEER en VAN HOLLANT schepenen. Hector VAN LEERDAM als gemachtigde van Gerrit Huijbertsen VAN DER AA den Olden, Gerrit Huijbertsen VAN DER AA den Jongen en Jan Herbertsz X Fijken Huijberts VAN DER AA, kinderen en erfgenamen van za Huijbert Gerritsz VAN DER AA (notaris Antonij Govertsen
18-10-1653) en verkl schuldig te zijn aan Roeloff Ottensz STEENIS 200 cg wegens verstrekte penningen aan hun vader za. Zij nemen de schuld op interest tegen 12 gl jaarlijks, te nemen uit 5h land en een ½e boomgaard op Goilberdingen binnendijks, bov W(?)ijck Cornelissen VAN WIJCK en ben voorn STEENIS.