Notitie voor: IJsbrand Gijsbertsz Knopper

In 1655 is IJsbrand Gijsbertsz Knoppert schepen van Woudenberg.
Op 22-03-1666: Isbrand Gijsbertsz, rademaker, eist betaling van Gerrit Aertsz van Geijtenbeeck van 60 gulden 7 stuivers voor geleverde waren. Gerrit wil betalen als er 38 gulden en 6 stuivers wordt afgetrokken voor gelag en geleverde waren. De zaak wordt uitgesteld.
Isbrand Gijsbertsz eist betaling van Gerrit Aertsz van Geijtenbeeck van 110 gulden en 3 gulden en 3 stuivers volgens uitspraak van 14-12-1665. Daar boven eist Isbrand nog 9 gulden en 9 stuivers als curator van de desolate boedel van Henrick Hermansz voor geleverde waren op 31-03-1658. Uitspraak: er moet betaald worden.
Op 22-10-1668: Isbrant Gisbertsz Knoppert eist betaling van Claes Gisbertsz van 1 gulden. Uitspraak: betalen. Claes Gisbertsz eist betaling van Isbrant Gisbertsz van 6 gulden 9 stuivers voor verteerd gelag. Isbrant wil betalen als Claes de eed aflegt, hetgeen hij doet.
Grafsteen in de kerk van Woudenberg met opschrift 'Brant Gisbert Knoppert anno 1667'. In 1675 wordt er een boedelscheiding gemaakt van de nalatenschap van IJsbrand Gijsbertsz Knoppert op zijn weduwe en drie kinderen