Notitie voor: Cornelis Gerritsz van Blotenburg
In 1667 eist Cornelis Gerritsz van Blootenburgh betaling van Cornelis Gerritsz, bakker van 48 gulden die hij schuldig is van drie jaren huur, volgens huurcontract van 06-02-1662. Uitspraak: betalen in drie termijnen van zes weken met aftrek van 1 gulden 10 stuivers voorgeschoten haardstedegeld en loon voor houtkloven.
Bessel Everts en Geertge Thonis, won. Maarn zijn schuldig aan Cornelis van Blootenburgh te Amersfoort erff en goed te Maarn.
In 1674 worden de erfgenamen van Cornelis Gerritsz van Blotenburg genoemd: zijn broer Jan Gerritsz van Blotenburg, won. Woudenberg; zijn zuster Gijsbertje Gerrits van Blotenburg; Emmigje Gerrits van Blotenburg, laatst wed. Claes Gijsberts; twee kinderen van Rijck Gerrits van Blotenburg; de kinderen van Jan van Blotenburg, in zijn leven gewoond hebbende te ’s-Hertogenbosch; de kinderen van Jacob Gerrits van Blotenburg zaliger; Jan Gerrits van Langelaar, zoon van Gerrit Jans van Langelaar.
In 1680 deponeert Maria van Couwenhoven, wed. Blootenburg, haar besloten testament in depot.